Home / Orchideeën / Tuin en Tuinorchideeën / De Stanhopineae / Links / Contact
______________________________________________________________________
Informatie / Opbouw / Herkomst / Familie / Cultuur / Cultuur per familie
Wat is een orchidee?
  Er is in ieder geval geen pasklaar antwoord op die vraag. Er is niet één enkel land van herkomst. Er bestaan diverse groeivormen en de bloeivorm, geen vorm of kleur van bloemen zijn variabel.
De orchideeën vormen de grootste plantenfamilie die de wetenschap kent.
Kenmerken: Orchideeën behoren tot de eenzaadlobbige planten, waarvan de bladeren parellele nerven hebben.
Bij deze grote groep hebben de bloemen 3 kelkbladeren en 3 kroonbladeren, 6 meeldraden en een driedelig vruchtbeginsel. Het meest sprekende voorbeeld is de tulp. Bij de orchideeën zijn stamper en meeldraden vergroeid tot een stempelzuil die tegenover de lip (1 kroonblad) ligt.

Hoeveel soorten orchideeën zijn er?
  Er zijn ongeveer 30000 soorten, die verdeeld zijn over circa 750 geslachten, gegroepeerd tot vele tribus en subtribus.
Ze komen over de ganse wereld voor uitgenomen aan de noordpool, de zuidpool en in de woestijn.
Dus op alle continenten komen orchideeën voor.

De plaats in het plantenrijk.
  Alle bloeiende planten behoren tot de hogere planten.
Er zijn bedektzadigen, of angiospermen en naaktzadigen, of gymnospermen (sparren).
Onder de bedektzadigen vinden we de eenzaadlobbigen, of monocotylen en de tweezaadlobbigen, of dicotylen.
De eenzaadlobbigen omvatten negen orden waar onder de orde Orchidalis.
De orde Orchidalis bestaat uit één familie de orchideeën of orchidaceae.

De groeiwijzen.
  Bij de orchideeën zijn er 3 verschillende groeiwijzen te onderscheiden:
  Epifytisch:
  De naam is afgeleid van epi (boven of op) en phyton (plant), meestal tropisch en subtropische soorten. Ze vormen luchtwortels en nemen voedingstoffen, zuurstof, koolzuurgas en stikstof uit de lucht met ook wat water waarin wat sporenelementen zitten.
De luchtwortels houden zich vast aan de bomen om de plant te steunen.
Ze profiteren niet van de bomen zoals bijvoorbeeld de marentak(halfparasiet).
  Terrestrisch:
  in de grond levend.
  Lithofytisch:
  op de rotsen levend. Meestal bij subtropische soorten.
Groeivormen.
  Er bestaan twee groeivormen: horizontale (sympodiale) groei en verticale (monopediale) groei.
De scheut groeit loodrecht uit het kiemplantje, steeds in lengterichting omhoog,terwijl deze wortels en bladeren maar geen zijscheuten vormt.
Deze vorm van scheutontwikkeling noemt men monopodiaal.
Als de scheut meestal horizontaal uit het kiemplantje groeit en per vegetatieperiode een loodrechte stengel en bladeren produceert en daarmee de groei tot de volgende vegetatieperiode beeindigt, spreekt men van sympodiale groeiwijze.
De groei gaat dan verder door het uitlopen van een of meer zijknoppen of ogen, die weer dezelfde groei, loodrecht naar boven met stengels en bladeren vormt, wat zich praktisch onbegrensd kan herhalen.
Zo ontstaat er een loodrechte schijnas of sympodium die niet verder groeit.