Home / Orchideeën / Tuin en Tuinorchideeën / De Stanhopineae / Links / Contact
______________________________________________________________________
Informatie / Opbouw / Herkomst / Familie / Cultuur / Cultuur per familie
Grondmengsels:
  Het substraat of grondmengsel van epifyten moet zeer luchtig zijn daar de planten leven in de lucht.

Men gebruikt hiervoor:
Isomoblokje( dient om het grondmengsel luchtig te maken)
Schors
Mos (sphagnum)
Beukenblad
Mousse

Het grondmengsel voor aardorchideeën is anders en daarvoor gebruikt men:
Turf
Perliet
Mousse
Beukenblad
Fijne schors

Luchtvochtigheid:
  De luchtvochtigheid is voor epifyten zeer belangrijk. De planten leven meestal in de tropen waar de luchtvochtigheid hoog is, daarom streeft men er naar om een hogere luchtvochtigheid te hebben waar men de planten kweekt.
Men moet wel rekening houden met de weersomstandigheden buiten.
Als het zwaar bewolkt is en erg regenachtig dan is de luchtvochtigheid hoog.
Wanneer de zon schijnt is de luchtvochtigheid laag, dus vernevelt men de planten.
Planten met dikke bladeren kunnen tegen minder luchtvochtigheid. Dunnere bladeren kunnen minder goed tegen lage luchtvochtigheid.

Hoe bereikt men een hogere luchtvochtigheid:
1) Door te vernevelen met een nevelspuit
2) Door de planten dicht bij elkaar te plaatsen
3) Door de planten op een vochtige bodem te plaatsen
4) Door water te laten verdampen op een warmtebron
5) Door luchtbevochtigers te plaatsen

Aardorchideeën zijn orchideeën van Europa en zijn minder afhankelijk van de luchtvochtigheid.

verneveling
Verluchting en ventilatie:
  Ventilatie en veluchting is zeer belangrijk tijdens het kweken . De planten hebben een goede luchtbeweging nodig en drogen uit ,zodat er minder kans is op schimmel infecties.
Frisse lucht tijdens de zomer doet wonderen.
Het heeft ook een positief effect op warmte ,die wordt meer verdeeld over de kas.

Temperatuur:
  Ook hier is het belangrijk van waar de orchidee afkomstig is. Bij de verzorging onderscheidt men drie grote groepen:

1) Koude kas orchideeën
Vereisen in de zomers overdag ongeveer 16-21°C en 's nachts ongeveer 13°C, in de winter overdag 13-16°C en s'nachts dalend naar 10°C.

2) Gematigde kas orchideeën
Vereisen in de zomers overdag ongeveer 18-24 °C en 's nachts ongeveer 16°C, in de winter overdag 16-21°C en s'nachts 13-16°C.

3) Warme kas orchideeën
Vereisen zomers overdag ongeveer 21-29°C en s'nachts ongeveer 18-21°C, in de winter overdag 21-24°C en s'nachts 16-18°C.
Men kan in huis voor de orchideeën de drie verschillende zones bereiken door ze op verschillende plaatsen in het huis te zetten:
Namelijk: warme orchideeën aan ramen op het zuiden gericht en boven de verwarming, koudere planten in het westen of het oosten en verder van de verwarming.

Vochtigheid:
  We willen je erop wijzen dat er een duidelijk onderscheid moet gemaakt worden tussen de planten vernevelen en het eigenlijk water geven.
Bij vernevelen zorgt men ervoor dat de potkluit niet nat wordt, alleen de luchtvochtigheid rond de plant wordt verhoogd.
Zonder water te geven kan geen enkele plant leven maar teveel water geven is voor onze orchideeën ook dodelijk.
Onze orchideeplanten verlangen een luchtig grondmengsel en een hoge luchtvochtigheid. Door de potkluit te nat te houden verdrijf je de lucht uit het mengsel. Verrottingsprocessen worden in de hand gewerkt en je merkt meestal te laat dat het volledige wortelgestel van je planten afgestorven is.
Volgens de aard van het mengsel, de orchideeënsoort en het seizoen geef je ruim voldoende water in één keer en tussen twee beurten in laat je het potmengsel droog worden. In de winter en op dagen met donker weer geef je minder water of laat je een beurt voorbijgaan.
Om onder meer verrotting tegen te gaan is het noodzakelijk dat tegen de avond de planten opgedroogd zijn, vooral als het water "over de kop van de planten" gegeven wordt.

epyfiet
Bemesting:
  Geen enkele plant kan leven zonder voeding.
Dus bemesting is er bij iedere plant nodig om te overleven.
De hoeveelheid voedende bestanddelen die moet toegediend worden, is afhankelijk van de rijkdom van het gebruikt potmateriaal.

Het bemestingsschema ziet er zo uit:

N P K
maart - april - mei 0.5% om de 3-4 weken
2 : 1 : 1
juni - juli - augustus 1% om de 2 weken
2 : 1 : 1
sept. - okt. - nov. 1 % om de 2 weken
1 : 1 : 1
Jonge planten 0.5% regelmatig
3 : 1 : 1
N : staat voor stikstof (groeistimulerend)
P : staat voor fosfor (bloeibevorderend)
K : staat voor kalium
Dit alles wordt opgelost in water!

Licht:
  Naarmate de lichtsterkte en de belichtingsduur toenemen, neemt de vegetatieve groei van de plant ook toe, tot op het moment dat de plant zijn hoogste groeiritme heeft bereikt.
Echter, als we veel licht geven aan de plant wordt tezelfdertijd ook veel warmte toegevoegd. Zonlicht en ook kunstlicht geven warmtestraling af.
In hun natuurlijke groeiplaatsen in de tropen of subtropen worden de planten afgekoeld door de voortdurende circulatie van vochtige lucht.
Deze luchtcirculatie ontbreekt in onze afgesloten ruimten (serres, kamerkasjes), vandaar dan ook het grote gevaar van verbranding en uitdroging.
Gebrek aan licht of teveel licht kan vastgesteld worden aan de kleur van de bladeren.
Donker gekleurde bladeren wijzen op een gebrek aan licht. Bleke tot gele bladeren wijzen op een te overvloedig licht. Een te sterke inwerking van het licht kan de bladeren zelfs rood doen kleuren.