| Grondmengsels: |
|
Het substraat of grondmengsel van epifyten moet zeer luchtig zijn daar de planten leven in de lucht. Men gebruikt hiervoor: Isomoblokje( dient om het grondmengsel luchtig te maken) Schors Mos (sphagnum) Beukenblad Mousse Het grondmengsel voor aardorchideeën is anders en daarvoor gebruikt men: Turf Perliet Mousse Beukenblad Fijne schors |
|
|
| Verluchting en ventilatie: |
|
Ventilatie en veluchting is zeer belangrijk tijdens het kweken . De planten hebben een goede luchtbeweging nodig en drogen uit ,zodat er minder kans is op schimmel infecties. Frisse lucht tijdens de zomer doet wonderen. Het heeft ook een positief effect op warmte ,die wordt meer verdeeld over de kas. |
| Temperatuur: |
|
Ook hier is het belangrijk van waar de orchidee afkomstig is.
Bij de verzorging onderscheidt men drie grote groepen:
1) Koude kas orchideeën Vereisen in de zomers overdag ongeveer 16-21°C en 's nachts ongeveer 13°C, in de winter overdag 13-16°C en s'nachts dalend naar 10°C. 2) Gematigde kas orchideeën Vereisen in de zomers overdag ongeveer 18-24 °C en 's nachts ongeveer 16°C, in de winter overdag 16-21°C en s'nachts 13-16°C. 3) Warme kas orchideeën Vereisen zomers overdag ongeveer 21-29°C en s'nachts ongeveer 18-21°C, in de winter overdag 21-24°C en s'nachts 16-18°C. Men kan in huis voor de orchideeën de drie verschillende zones bereiken door ze op verschillende plaatsen in het huis te zetten: Namelijk: warme orchideeën aan ramen op het zuiden gericht en boven de verwarming, koudere planten in het westen of het oosten en verder van de verwarming. |
| Vochtigheid: |
|
|
| Bemesting: |
|
Geen enkele plant kan leven zonder voeding. Dus bemesting is er bij iedere plant nodig om te overleven. De hoeveelheid voedende bestanddelen die moet toegediend worden, is afhankelijk van de rijkdom van het gebruikt potmateriaal. Het bemestingsschema ziet er zo uit: N P K maart - april - mei 0.5% om de 3-4 weken 2 : 1 : 1 juni - juli - augustus 1% om de 2 weken 2 : 1 : 1 sept. - okt. - nov. 1 % om de 2 weken 1 : 1 : 1 Jonge planten 0.5% regelmatig 3 : 1 : 1 N : staat voor stikstof (groeistimulerend) P : staat voor fosfor (bloeibevorderend) K : staat voor kalium Dit alles wordt opgelost in water! |
| Licht: |
|
Naarmate de lichtsterkte en de belichtingsduur toenemen, neemt de vegetatieve groei van de plant ook toe, tot op het moment dat de plant zijn hoogste groeiritme heeft bereikt. Echter, als we veel licht geven aan de plant wordt tezelfdertijd ook veel warmte toegevoegd. Zonlicht en ook kunstlicht geven warmtestraling af. In hun natuurlijke groeiplaatsen in de tropen of subtropen worden de planten afgekoeld door de voortdurende circulatie van vochtige lucht. Deze luchtcirculatie ontbreekt in onze afgesloten ruimten (serres, kamerkasjes), vandaar dan ook het grote gevaar van verbranding en uitdroging. Gebrek aan licht of teveel licht kan vastgesteld worden aan de kleur van de bladeren. Donker gekleurde bladeren wijzen op een gebrek aan licht. Bleke tot gele bladeren wijzen op een te overvloedig licht. Een te sterke inwerking van het licht kan de bladeren zelfs rood doen kleuren. |